Gebeurtenissen rond en op het eiland

Sleepboot "Holland" (2) te water gelaten in 1941. Ondanks vertragingstactiek komt het schip op 2 januari gereed en word door de bezetter opgeëist. Op 29 april 1943 word het schip door Engelse vliegtuigen tot zinken gebracht.

Sleepboot “Holland” (2) te water gelaten in 1941. Ondanks vertragingstactiek komt het schip op 2 januari gereed en word door de bezetter opgeëist. Op 29 april 1943 word het schip door Engelse vliegtuigen tot zinken gebracht.

Zeemijn op het strand, in het midden politieman de Vries

Zeemijn op het strand, in het midden politieman de Vries.

torpedo

 

Onderzeebootjagers, korvetten en "Schnellboote" in de haven van West-Terschelling, de hakenkruisvlaggen zijn alom aanwezig

Onderzeebootjagers, korvetten en “Schnellboote” in de haven van West-Terschelling, de hakenkruisvlaggen zijn alom aanwezig

mijn in vaarwater

Naar vaarwater afgedreven zeemijn tot ontploffing gebracht in 1942


Het ss. “Ottoland” en Haye Tigchelaar

Ondergang s.s. Ottoland van de SSM getorpedeerd 05-10-1940. Gezagvoerder Haye Tichelaar.

Ondergang s.s. Ottoland (ex- “Sarkani”, ex- “St. Jansland” van de SSM getorpedeerd 05-10-1940. Gezagvoerder Haye Tigchelaar.

s.s. Ottoland bemanning gered

s.s. Ottoland bemanning gered

Haye Tigchelaar, gezagvoerder op het s.s. "Ottoland".

Haye Tigchelaar, gezagvoerder op het s.s. “Ottoland”.

Op 19 december 2002 vierde Haye Tigchelaar zijn 105e verjaardag op Terschelling.

Tigchelaar werd op 8 december 1897 in Harlingen geboren. Op 15-jarige leeftijd ging hij naar zee en in 1928 werd hij kapitein op het stoomschip Midsland. In de nacht van 5 oktober 1940 liep hij met de ‘Ottoland’ op een mijn bij Schotland waardoor dit schip zonk. De hele bemanning kon worden gered. Tigchelaar werd in Londen nautisch inspecteur en werd in december 1944 gedetacheerd in Antwerpen. In 1946 werd hij herenigd met zijn vrouw Pietje de Zeeuw, met wie hij in 1920 was getrouwd, en zijn kinderen. In 1958 ging Tigchelaar met pensioen als procuratiehouder bij de SSM. Het gezin woonde eerst in Harlingen, maar verhuisde in 1962 naar Terschelling. Pietje Tigchelaar overleed in 1983. Tigchelaar was sinds 24 april 1952 ridder in de Orde van Oranje Nassau. Hij stierf op 7 oktober 2003.


De ondergang van de “Columbia”

In 1930 wordt het dubbelschroefs-motorpassagiersschip “Colombia” in dienst gesteld. Het ontwerp is van ir. E. van Dieren. Tot de oorlog vaart dit vlaggeschip van de KNSM op West-Indië. In die tijd zijn op de “Colombia”veel Terschellingers werkzaam.In de oorlog wil de Koninklijke marine dit kostbare schip ombouwen als logementschip voor de uit Duitse handen gebleven onderzeeboten.
Protesten zijn tevergeefs en uiteindelijk beslist de Royal Navy: het trotse schip wordt een echt, volwaardig onderzeebootmoederschip onder Britse operationele controle.
Logementschip Columbia

Logementschip Columbia

De bemanningen van onderzeeboten kunnen na hun langdurige patrouilles op de “Colombia” bijkomen en ontspannen. Bovendien wordt het voor de duikboten een belangrijk reparatie- en voorraadschip.

Begin 1942 begint het schip met haar taak op de Indische Oceaan. Op 27 februari 1943 verschijnt het Nederlandse schip in de periscoop van de U-boot 516 voor de Zuid-Afrikaanse kust.

Eén fatale torpedo-aanval van de Duitsers is genoeg. Dertien minuten later verdwijnt de trotse “Colombia”verticaal naar de zeebodem. Acht van de 326 opvarenden vinden hierbij de dood.

Columbia

Columbia


Kapitein Jan Swart op de “Mijdrecht”

In maart 1941 vertrekt een konvooi van ruim 50 koopvaardijschepen van Schotland richting Amerika. De motortanker “Mijdrecht”met de Terschellinger kapitein Jan Swart vaart als laatste in een konvooikolom en heeft de taak eventueel hulp te bieden aan overlevenden van in het konvooi getroffen schepen. Een weinig benijdenswaardige taak want een schip dat met gestopte machines een reddingsoperatie uitvoert, is voor een vijandelijke onderzeeboot wel een zeer gemakkelijke prooi.
Mijdrecht

Impressie van het rammen van de U70 door de ‘Mijdrecht’ Bron: Schilderij gemeentehuis De Ronde Venen.

De Duisters weten van het konvooi en vier onderzeeboten vallen op 7 maart 1941 aan. De U70 torpedeert om 5.500 uur de Britse tanker “Delilian”. Een deel van de bemanning springt in zee of gaat in één van de sloepen. De “Mijdrecht” komt in actie en zwenkt naar de “Delilian”.

De reddingsoperatie neemt echter veel tijd omdat een aantal drenkelingen aanvankelijk denkt dat de “Mijdrecht” ook geraakt is.

Plotseling ziet men op de “Mijdrecht”de onderzeeboot U70 op zich afkomen. Het is dan al te laat, de U70 vuurt een torpedo af en treft de “Mijdrecht”vlak voor de machinekamer. Het achterschip komt enkele meters dieper in het water liggen maar de Nederlandse tanker zinkt niet! De situatie is toch uiterst hachelijk omdat het schip stilligt met vijandelijke duikboten in de buurt. Maar in de vol rook staande machinekamer brengt men zelfs de motor weer op gang.

De ‘Mijdrecht”krijgt weer vaart en dan ineens ziet de stuurman bijna recht vooruit op korte afstand een onderzeeboot onder water gaan. De order “hard stuurboord”volgt en de beschadigde “Mijdrecht” ramt de U-boot, die helemaal niet op deze manoeuvre gerekend heeft. Het is de U70, juist onder water gaand voor een nieuwe torpedoaanval op de Nederlandse tanker.

De klap komt behoorlijk aan. De commandotoren wordt ingedrukt, de periscopen zijn vernield en alles op de brug is kapotgeslagen. Een straal water spuit door het gat waar het peiltoestel losgerukt is. De U70 verdwijnt onder het schip door en komt even daarna aan bakboord weer boven. De kreupele onderzeeboot verlaat snel het strijdtoneel. Het Engelse korvet “Arbuthus” bezegelt het lot van de U70. De Engelsen pikken 26 overlevenden op, 20 bemanningsleden zijn dan gesneuveld.

De Terschellinger Jan Swart wordt voor deze actie benoemd tot Honoray Officer of the Order of the British Empire en krijgt de Lloyds war Medal for Bravery at Sea alsmede het Nederlandse Bronzen Kruis met eervolle vermelding.


Het zwaar geteisterde konvooi SC42

Op 30 augustus 1941 vertrekt het konvooi SC42 met 64 schepen vanaf Cape Breton Island (Oost-Canada) richting Groot-Brittannië. Eén van de schepen is de “Winterswijk”met fosfaat geladen. De kapitein van dit schip is Jan de Groot, getrouwd met een Terschellingse.

Winterswijk in 1914

De “Winterswijk” in 1914

Het konvooi komt tergend langzaam vooruit; ongeveer vijf mijl per uur. Het vormt een gemakkelijke prooi voor de Duitse luisterdienst. De konvooi-leider zelf merkt geërgerd op dat de rook van verscheidene met kolen gestookte koopvaardijschepen op minstens dertig mijl afstand moet te zien zijn!

Bij de oostkust van Groenland wordt geseind dat er Duitse onderzeeërs in de onmiddellijke omgeving zijn. Waar men al dagen voor gevreesd heeft, wordt op 9 september 21.30 uur waarheid. Zeventien duikboten gaan over tot de aanval en het Britse ss “Muneric” is hun eerste slachtoffer. Het schip zinkt en er zijn geen overlevenden.

Nog twee schepen worden geraakt en om ca. 2.30 uur van de 10e september krijgt de “Winterswijk” een voltreffer. Het schip trilt verschrikkelijk en een rookzuil stijgt op. De Terschellinger eerste stuurman Douwe van der Moolen krijgt water, fosfaat en allerlei vuiligheid over zich heen en zoekt dekking in het stuurhuis. Hij vlucht verder wanneer het stuurhuis naar binnen gedrukt wordt. De toestand is alarmerend en kapitein De Groot geeft order naar de sloepen te gaan. Vrijwel alle opvarenden hebben zwemvesten aan.

Van der Moolen is al op het sloependek als hoogstwaarschijnlijk een tweede torpedo de “Winterswijk”treft. Hij slaat overboord en wordt door de zuiging van het zinkende schip diep onder water getrokken. Het enorme drijfvermogen van zijn zwemvest wordt zijn redding. Eenmaal weer boven water klemt hij zich vast aan een flinke balk.

De Terschellinger ziet het konvooi langzaam verdwijnen. Hij lijkt in het ijskoude water reddeloos verloren. Juist als Van der Moolen besluit een eind aan zijn leven te maken, doemt het korvet HMCS “Ortillia”op. De halfbewusteloze stuurman wordt met tien andere mannen van de “Winterswijk”gered. Net op tijd!

Dertien opvarenden overleven de ramp van de “Winterswijk”. Van de twintig anderen, waaronder kapitein J. de Groot, is nooit meer iets vernomen. Zestien schepen uit het konvooi zijn in die beruchte nacht tot zinken gebracht.

drenkelingen begraafplaats paal 8 op Terschelling

Drenkelingen begraafplaats bij  paal 8, op een omheind stuk grond van 40 bij 50 meter,aangewezen door de Inselcommandant, werden in de oorlog 128 drenkelingen begraven. Deze zijn na de oorlog op het eiland  en in Frankrijk herbegraven. De eerste 8 drenkelingen werden op 9 augustus 1940 hier begraven.

drenkelingen begrafenis op Terschelling

drenkelingen begrafenis met dominee Visser en burgemeester Reijnders


 

Op zee gebleven

Tijdens de oorlogsjaren verliezen 43 Terschellingers het leven op zee. Na 10 mei 1940 vaart de Nederlandse koopvaardijvloot in geallieerd verband. Men vaart in konvooi maar met een onvoldoende bescherming en met verre van afdoende bewapening tegen onderzeeboten en vliegtuigen. De meeste Terschellingers komen om bij de torpedering van hun schip door een Duitse onderzeeër. Ook sneuvelt een aantal wanneer het schip op een mijn loopt. De volgende Terschellingers kwamen tijdens de tweede wereldoorlog om op zee:
sliedrecht-CornelisThijsBoer1

Cornelis Thijs Boer

Kapitein Cornelis Tijs Boer (tanker “Sliedrecht”), 16-11-1939

 

 

 

 

 

 

 

Eerste stuurman Johan Ree (coaster “Rijnstroom”), 2-3-1940

Kapitein Pieter Smit (ss “Vecht”), 7-3-1940

Zeeloods Jacob Drijver (Loodsvaartuig no.19), 11-5-1940

Kapitein Iemke Hutjes (tanker “Moordrecht”), 20-6-1940

Eerste stuurman Hendrik Krul (tanker “Moordrecht”), 20-6-1940

Kapitein Cornelis Smit (tanker “Lucretia”), 7-7-1940

Kapitein Hendrik Kuyper (ss “Maas”), 11-9-1940

Eerste stuurman Jouke Klein (ss “Maas”), 11-9-1940

Stuurman Johannes Berkhout (sleepboot “Lauwerzee”), 3-4-1940

stuurman Cornelis Roos   s.s. Ootmarsum getorpedeerd op 24 november 1940 westelijk van Ierland. Alle 25 opvarenden kwamen om het leven, onder hen de Terschellinger stuurman Cees Roos
Tweede stuurman Cornelis Roos.
(ss “Ootmarsum”), 24-11-1940
  s.s. Ootmarsum getorpedeerd op 24 november 1940 westelijk van Ierland. Alle 25 opvarenden kwamen om het leven, onder hen de Terschellinger stuurman Cees Roos

Kapitein Arien Doeksen (coaster “Diana”), 19-1-1941

Machinist Jan Taylor Kraay (hulpmijnenveger Hr.Ms.“Caroline”), 28-4-1941

Eerste stuurman Arien Zeijlemaker (ss “Schie”), 25-6-1941

Kok Willem Lieman (ss “Schie”), 25-6-1941

Kapitein Jan de Groot (ss “Winterswijk”),10-9-1941

Eerste stuurman Pieter Meuldijk (ss “Groenlo”), 24-11-1941

Korporaal torpedomaker Andreas C.Groendijk (onderzeeboot Hr.Ms. “K XVII”), 2-1942

Sergeant monteur Teeke Doeksen (Hr. Ms. “Java”), 27-2-1942

Tweede stuurman Iemke Kuijper (tanker “Augustina”), 1-3-1942

Tanker "Ocana" op 24 maart 1942 getorpedeerd door U-boot. Hierbij kwam 2e stuurman Pieter Zeijlemaker, oud 23 jaar om het leven.

Tanker “Ocana” op 24 maart 1942 getorpedeerd door U-boot. Hierbij kwam 2e stuurman Pieter Zeijlemaker, oud 23 jaar om het leven.

Derde stuurman-telegrafist Gerrit Jan Smit (ss “Leto”), 12-5-1942

Deel van de bemanning van het s.s. Nicolaas.

Het vrachtschip ss. ‘Nicolaas’ (1903) van H.W. Berghuys’ Kolenhandel uit Amsterdam loopt ten noorden van het lichtschip ‘Doggersbank’ op een zeemijn en zinkt. Zeven opvarenden komen om als de reddingboot van het schip vlak voor de kust van Denemarken door de branding omslaat. Bron: ‘De Zee’ (1920) De NICOLAAS vertrok op 31 december 1919 met een lading lucifers en overige stukgoed van Göteborg naar Amsterdam. Op 2 januari 1920 des morgens om 07.15 uur liep zij op 20 mijl ten noord-westen van het lichtschip DOGGER BANK op een mijn, en was zo zwaar beschadigd, dat zij terstond begon te zinken en vijf minuten na de explosie in de golven was verdwenen. Er stond een harde westenwind en een ruwe, zware deining. De bemanning van 18 personen begaf zich in de beide reddingsboten en zette koers naar de Deense kust. In de branding sloeg één der boten om, waarbij zeven personen verdronken. De overige 11 opvarenden kwamen veilig aan land.

 

 

 

S.s. Poseidon KNSM, naar alle waarschijnlijkheid getorpedeerd op 26 mei 1942 bewesten het eiland Grenada. Geen overlevenden. Onder de bemanningsleden bevonden zich de Terschellingers W. Klijn, gezagvoerder, A. Bakker, 3e stuurman en A.C. Bakker, bootsman.

S.s. Poseidon KNSM, naar alle waarschijnlijkheid getorpedeerd op 26 mei 1942 bewesten het eiland Grenada. Geen overlevenden. Onder de bemanningsleden bevonden zich de Terschellingers W. Klijn, gezagvoerder, A. Bakker, 3e stuurman en A.C. Bakker, bootsman.

Bemanningslijst s.s. Poseidon getorpedeerd in de nacht van 26 op 27 mei 1942

Bemanningslijst s.s. Poseidon getorpedeerd in de nacht van 26 op 27 mei 1942

Kapitein Willem Klijn (ss “Poseidon”), 28-5-1942

Derde stuurman Ariën Bakker (ss “Poseidon”), 28-5-1942

Bootsman Arend Bakker (ss “Poseidon”), 28-5-1942

Tanker Olivia, van de N.V. Petroleum Maatschappij "La Corona" getorpedeerd op 14 juni 1942, waarbij 42 opvarenden om het leven komen. Onder hen is 4e machinist Anton Timme, afkomstig van Terschelling.

Tanker Olivia, van de N.V. Petroleum Maatschappij “La Corona” getorpedeerd op 14 juni 1942, waarbij 42 opvarenden om het leven komen. Onder hen is 4e machinist Anton Timme, afkomstig van Terschelling.

 

Chef steward Douwe Bakker (ss “Telamon”), 24-7-1942

Kapitein Jan Sieben (ss “Kentar”), 31-7-1942

Kapitein Doekele de Boer, afkomstig van Terschelling, omgekomen op 06-12-1942 s.s. Serooskerk getorpedeerd 06-12-1942
Kapitein Doekele de Boer, afkomstig van Terschelling, omgekomen op 06-12-1942 s.s. Serooskerk getorpedeerd 06-12-1942
Vader Chris en zoon Klaas Kuyper robbenjagers, op 16 januari 1943 met hun boot op een mijn gelopen en om het leven gekomen.

Vader Chris en zoon Klaas Kuyper robbenjagers, op 16 januari 1943 met hun boot (blazer “Zeehond”) op een mijn gelopen en om het leven gekomen.

Jord Ruijgh, omgekomen als kapitein van het s.s. Sembilan getorpedeerd 17-04-1943. s.s. Sembilan getorpedeerd op 17 maart 1943. Kapitein Jord Ruijgh afkomstig van Terschelling kwam hierbij om het leven.
Jord Ruijgh, omgekomen als kapitein van het s.s. Sembilan getorpedeerd 17-04-1943. s.s. Sembilan getorpedeerd op 17 maart 1943. Kapitein Jord Ruijgh afkomstig van Terschelling kwam hierbij om het leven.

In gevangenschap:

Luitenant ter zee tweede klasse Cornelis Bakker (bij de Birma-spoorlijn), 30-3-1943

Korporaal torpedomaker Arnoldus Cupido (bij de Birma-spoorlijn), 21-8-1943

Krijgsgevangene Pieter Brandenburg (Japanse ss “Junyo Maru”), 18-9-1944

Krijgsgevangene Daniël Bonne (Japanse ss “Junyo Maru”), 18-9-1944

Door ziekte en ongevallen:

Machinist Jan Wortel, omgekomen door een ongeval op het s.s. Poseidon van de KNSM op 25-01-1940 te Maracaibo, Venezuela. Machinist Jan Wortel, omgekomen door een ongeval op het s.s. Poseidon van de KNSM op 25-01-1940 te Maracaibo, Venezuela.

Eerste stuurman Gerrit Lieuwen (Britse ss “Llanstephan Castle”), 25-7-1940

Eerste stuurman Jacob Bokma (Soerabaja), 29-8-1940

Kapitein Jan Roos (New York), 8-3-1942

Stuurman Albert Roos (ss “Delfshaven”, in dok), 14-5-1942

Eerste stuurman Jacobus Bakker (Durban), 31-10-1944

In Duitse dienst:

Kapitein Alphonsus Johannes van Lieshout (coaster “Meteor”), 23-5-1943